T. 070 336 4737 (voorkeur 09.45-11.45)

Afwijkende mondgewoonten (OMFT)

Afwijkende mondgewoonten (OMFT)2017-12-20T13:03:54+00:00

Afwijkende mondgewoonten (OMFT)

Afwijkende mondgewoonten zijn:

  • duimen
  • vingerzuigen
  • liplikken
  • nagelbijten
  • open mondgedrag
  • mondademing
  • infantiel slikpatroon
  • slissen
  • lage of tegen de tanden aan liggende tong in rustpositie

Deze gewoonten kunnen het gevolg van elkaar zijn of elkaar in stand houden. Wanneer een persoon duimt of op de vingers zuigt wordt een open beet gecreëerd of in standgehouden. Tijdens het duimen of vingerzuigen ligt de tong laag. De tongspieren worden hierdoor zwak en zijn later niet meer instaat om zich aan te zuigen aan het verhemelte, wat nodig is bij een goed slikpatroon.

Bij een ‘afwijkende slik’ rust de tongpunt tegen de voortanden aan. De tong zuigt mogelijk aan maar heeft niet de kracht om aangezogen te blijven en zakt naar beneden, daarna duwt de tong zich naar voren tegen de tanden. Of de tong duwt opzij tegen de kiezen.

Afwijkende mondgewoonten geven bijna altijd een afwijking in de tandstand. Deze tandstand kan rechtgezet worden met een beugel. Echter wordt met een beugel niet de oorzaak van het probleem aangepakt. Als er sprake is van afwijkende mondgewoonten, dan moeten deze voor, tijdens of na de beugelbehandeling, behandeld worden door een logopedist. Een combinatie van deze behandelingen zorgt voor een stabiel resultaat.

Wanneer er sprake is van afwijkende mondgewoonten, dan wordt eerst het duimen, nagelbijten, liplikken of vingerzuigen afgeleerd. Daarna gaat de logopedist aan de slag met het herstellen van het evenwicht van de spieren in het mondgebied. Middels een werkschema worden lip- en tongspieren getraind. Daarnaast wordt de correcte manier van slikken aangeleerd met eten en drinken in verschillende consistenties.

Naast de actieve behandeling kan de logopedist ook de eerste fase van de ‘Myobrace’ inzetten. Het doel van de Myobrace is het afwijkende mondgedrag ook ’s nachts te elimineren. De Myobrace wordt 1 uur op de dag en de hele nacht gedragen.

De logopedist houdt tijdens het traject contact met de tandarts of orthodontist over de voortgang van de logopedist. Tijdens of na de logopedische behandeling kan in overleg met de tandarts of orthodontist een vervolgtraject bepaald worden.