T. 070 336 4737 (voorkeur 09.45-11.45)

Spraak

Spraak2018-01-08T15:44:48+00:00

Spraak

Binnen de logopedie heeft spraak te maken met de besturing van de spieren voor het spreken en met de uitspraak van klanken. Als er problemen met de spraak zijn heeft dat gevolgen voor de verstaanbaarheid.

De meest voorkomende stoornissen van de spraak zijn:

Slissen

Door te slappen tongspieren of door te weinig beheersing van de tongspieren wordt de luchtstroom afwijkend en klinkt de /s/ onzuiver. Naast de /s/ kan ook de uitspraak van de /t/, /d/, /n/, /l/ onzuiver zijn.

Slissen gaat vaak samen met afwijkende mondgewoonten. Door het slissen kan de stand van het gebit beïnvloed worden. De tong duwt, door de voorwaartse of zijwaartse bewegingen de tanden uit elkaar waardoor bijvoorbeeld een open beet ontstaat. Gebitscorrectie heeft in zo’n geval alleen effect als ook het slissen en de eventuele afwijkende mondgewoonten worden afgeleerd.

De logopedist gaat na wat de oorzaak van het slissen is. Het onderscheid tussen een goede en een foute /s/ wordt aangeleerd; hierbij worden het luisteren, kijken en voelen ingeschakeld. Met mondmotoriek oefeningen worden de spieren in de mond versterkt en men leert de tong op de juiste wijze te gebruiken. Eerst wordt alleen op klanknivo geoefend, daarna volgt de /s/ in betekenisvolle woorden en zinnen. Tenslotte moet de goede uitspraak gebruikt worden in het gewone spreken. Het resultaat van de behandeling hangt af van de oorzaak van het slissen, en van factoren als leeftijd, motivatie en inzet.

Spraakontwikkelingsstoornissen (klanken weglaten of vervangen door andere klanken)

Men spreekt van een spraakontwikkelingsstoornis als de spraak van het kind duidelijk achterblijft bij die van leeftijdgenootjes. Een kind van vijf jaar kan de meeste klanken goed uitspreken. Sommige kinderen blijven langer dan normaal uitspraakfouten maken. Dit kan de verstaanbaarheid zodanig beïnvloeden dat het kind zich onvoldoende duidelijk kan maken. Problemen met de verstaanbaarheid kunnen gepaard gaan met gehoorproblemen. Het gebeurt echter ook vaak dat er geen duidelijke oorzaak gevonden wordt voor de spraakontwikkelingsstoornis. Gewoonlijk zijn het de ouders of verzorgers die zich op een bepaald moment ongerust maken over het spreken van hun kind; advies van een logopedist is dan zeker op zijn plaats. Als het kind zich gaat terugtrekken omdat het niet begrepen wordt, moet eveneens deskundige hulp ingeroepen worden.

De logopedist zal nagaan welke klanken of klankpatronen het spreken van het kind beïnvloeden. Soms is daarbij onderzoek door een KNO-arts nodig. De logopedische behandeling bij jonge kinderen begint met het passief aanbieden van klanken en klankpatronen. In een later stadium wordt de klank actief geoefend in woorden waarin de juiste productie gemakkelijk te stimuleren is. Bij oudere kinderen worden luisteroefeningen aangeboden waarbij het kind leert minimale verschillen tussen woorden te onderscheiden. Het zelf correct uitspreken van voor het kind moeilijke klanken en klankcombinaties wordt op een speelse manier met het kind geoefend.

Algemene articulatiestoornissen

Bij een andere articulatieproblemen, zoals het afwijkend uitspreken van de /r/ of /l/ zal de logopedist onderzoek doen en uitspraak ervan verbeteren middels luisteren, voelen, variëren, trainen en automatiseren.

Verbale ontwikkelingsdyspraxie

Bij sommige kinderen komt het leren praten maar niet of moeizaam op gang. Eén van de oorzaken van het niet of verkeerd spreken kan een verbale ontwikkelingsdyspraxie zijn. Dit is een spraakstoornis die te maken heeft met de beweging: de mond wil niet op de juiste manier bewegen. Door deze stoornis zijn de klanken die het kind maakt soms onherkenbaar of ze komen in het woord op de verkeerde plaats terecht. Het komt voor dat het kind de klank wel in het ene woord kan maken en niet in het andere. Het kan zelfs zo zijn dat een klank of woord niet uitgesproken kan worden, terwijl het op een ander moment wel lukte. Ook andere activiteiten van de mond kunnen problemen geven zoals eten, drinken, blazen en zuigen.

Het niet of slecht spreken leidt tot problemen in de communicatie: het kind kan niet duidelijk maken wat het wil en wordt niet begrepen door zijn omgeving. Kinderen met deze problemen hebben deskundige hulp nodig, want het gaat om een stoornis die zich niet vanzelf herstelt.

Nasaliteit

Er is sprake van een nasaliteitsstoornis of neusspraak wanneer de resonantie (de klank) van de spraak afwijkend is. De spraak klinkt te veel of juist te weinig door de neus. Tijdens het spreken moeten de meeste klanken door de mond worden gevormd. Het zachte gehemelte wordt hierbij opgetrokken. Hierdoor kan er geen lucht door de neus ontsnappen. Door de werking van het zachte gehemelte kan dus een onderscheid gemaakt worden tussen door de mond gevormde en door de neus gevormde klanken.

De logopedist onderzoekt de mate van de (open of gesloten) nasaliteitsstoornis en de invloed daarvan op de verstaanbaarheid. Het nut van een logopedische behandeling is afhankelijk van de oorzaak. In sommige gevallen moet eerst medisch of chirurgisch ingegrepen worden, voordat de logopedische behandeling kan beginnen. Ook het resultaat van de logopedische behandeling is hiervan afhankelijk.

Dysarthrie

Dysarthrie is een neurologische aandoening waarbij het spreken is aangedaan. De logopedische behandeling wordt doorgaans opgestart in het ziekenhuis en zo mogelijk overgenomen door de particuliere praktijk. Ook behandeling aan huis is mogelijk vanuit de praktijk.